9 Av: We onthouden voor de toekomst en voor het leven.

Ongeluksdag
Rabbijn Jonathan Sacks over 9 av.

Het jodendom is een religie van het geheugen. Weet  dat het werkwoord zachor maar liefst 169 keer voorkomt in de Thora. “Vergeet niet dat jullie vreemdelingen waren in Egypte”; “Denk aan de dagen van weleer”; “Gedenk de zevende dag om die te heiligen”. Herinnering is voor joden een religieuze verplichting.

Dit is vooral zo in deze tijd van het jaar. We noemen het de “Drie Weken” voorafgaand aan de treurigste dag op de Joodse kalender, Tisha B’Av ( 9 Av), de verjaardag van de vernietiging van de twee Tempels, de eerste door Nebukadnezar, koning van Babylon in 586 vGT, de tweede door Titus in het jaar 70.

Joden zijn die tragediën nooit vergeten. Tot op de dag van vandaag breken we bij elke bruiloft een glas ter nagedachtenis van de verwoesting van de tempel. Tijdens de Drie Weken hebben we geen vieringen. Op Tisha B’Av (9 Av) zelf brengen we de dag door met vasten en zittend op de grond of op lage krukjes als rouwenden, terwijl we het Boek  van de Klaagliederen lezen. Het is een dag van diep collectief verdriet.

Tweeënhalf duizend jaar is een lange tijd om iets  te onthouden. Vaak wordt mij gevraagd – meestal in verband met de Holocaust – is het echt goed om te onthouden? Moet er geen grens zijn aan verdriet? Worden de meeste etnische conflicten in de wereld niet gevoed door herinneringen aan vermeende onrechtvaardigheden van lang geleden? Zou de wereld niet vreedzamer zijn als we het af en toe zouden vergeten?

Mijn antwoord is zowel ja als nee, want het hangt af van hoe we ons herinneren.

De geschiedenis beantwoordt de vraag: “Wat is er gebeurd?” Het geheugen geeft antwoord op de vraag: “Wie ben ik dan?”

Hoewel deze twee vaak verward worden, is het geheugen anders dan de geschiedenis. Geschiedenis is het verhaal van iemand anders. Het gaat over gebeurtenissen die lang geleden bij iemand anders zijn gebeurd. Het geheugen is mijn verhaal. Het gaat over waar ik vandaan kom en van welk verhaal ik deel uitmaak.

De geschiedenis geeft antwoord op de vraag: “Wat is er gebeurd?” Het geheugen geeft antwoord op de vraag: “Wie ben ik dan?” Het gaat over identiteit en de verbinding tussen de generaties. 

In het geval van het collectieve geheugen hangt het allemaal af van hoe we het verhaal vertellen. We herinneren het ons niet uit wraak. “Haat de Egyptenaren niet”, zei Mozes, “want jullie waren vreemdelingen in hun land.” Om vrij te zijn, moet je haat loslaten. Denk aan het verleden, zegt Mozes, maar laat je er niet door gevangen houden. Verander het in een zegen, geen vloek; een bron van hoop, geen vernedering.

Tot op de dag van vandaag besteden de Holocaustoverlevenden die ik ken hun tijd aan het delen van hun herinneringen aan jonge mensen, niet uit wraak, maar het tegenovergestelde: om tolerantie en de waarde van het leven bij te brengen. De lessen die wij leren van het boek Bereshiet (Genesis) proberen wij te onthouden voor de toekomst en voor het leven.

In de snel veranderende cultuur van vandaag onderschatten we het belang van herinneren. Computergeheugens zijn gegroeid, terwijl die van ons zijn ingekort. Onze kinderen onthouden geen stukjes poëzie meer. Hun kennis van de geschiedenis is veel te vaag. Ons ruimtegevoel is groter geworden. Ons besef van tijd is gekrompen. Dat kan niet waar zijn. Een van de grootste geschenken die we onze kinderen kunnen geven, is de kennis van waar we vandaan komen, de dingen waarvoor we hebben gevochten en waarom we gevochten hebben.

Reizen zonder kaart

Een samenleving zonder geheugen is als een reis zonder kaart. Het is maar al te makkelijk om te verdwalen.

Wij hoefden niet te vechten voor onze waardevolle dingen zoals  – vrijheid, menselijke waardigheid, gerechtigheid, maar wij moeten wel herinneren hoe deze waardevolle dingen tot stand zijn gekomen. Geen enkele samenleving kan blijven bestaan zonder waakzaamheid. Een samenleving zonder geheugen is als een reis zonder kaart. Het is maar al te gemakkelijk om te verdwalen.

Ik koester bijvoorbeeld de rijkdom van de wetenschap dat mijn leven een hoofdstuk is in een boek dat lang geleden door mijn voorouders is begonnen en waaraan ik mijn bijdrage zal toevoegen voordat ik het aan mijn kinderen overhandig. Het leven heeft betekenis als het deel uitmaakt van een verhaal, hoe groter het verhaal, hoe meer onze fantasierijke horizon groeit.

Dingen die je onthoudt gaan niet ‘dood’. Dat is hoe wij het dichtste bij de onsterfelijkheid op aarde kunnen komen.

Een fragment uit een artikel dat voor het eerst werd gepubliceerd door The Times (VK) in juli 2004.

Gerelateerde berichten

Reageer