Waarom staat de Mezoeza schuin?

Mezoeza schuin

In de Asjkenazische (Joden afkomstig uit Europa) traditie is de bovenkant van de mezoeza schuin naar de binnenkant van de kamer en de onderkant naar buiten geplaatst.

Staande?

In het compendium over de Joodse wet, Arba’ah Turim, haalt rabbijn Jacob ben Asher (13e-14e eeuw)¹ twee tegenstrijdige meningen aan. Hij citeert eerst Rasji ², die leerde dat de mezoeza verticaal moet worden geplaatst. Vervolgens citeert hij de mening van Rashi’s kleinzoon, Rabbeenoe Tam ³, die meende dat het niet respectvol is om de mezoeza in een “staande” positie te plaatsen. In plaats daarvan leerde hij dat het horizontaal moest worden geplaatst, vergelijkbaar met hoe de Tafelen en de Tora-rol in de Heilige Ark in de Tempel waren gerangschikt.

Denk aan de situatie in de synagoge wanneer de Tora rol uit de ark wordt verwijderd: Zolang het verticaal wordt opgehouden, staan ​​alle mensen. Zodra het wordt neergezet om te rusten, mogen de mensen ook gaan zitten. Rabbeenoe Tam lijkt hetzelfde te zeggen over de mezoeza.

Beide meningen

Dus wat moeten we doen? Rabbi Jacob ben Asher concludeert dat degenen die ervoor zorgen dat ze de mitswa (de G’ddelijke opdracht) op de best mogelijke manier doen, beide meningen vervullen (als men de mezoeza schuin plaatsen.

In zijn verklaring van het Wetboek van Joodse Wet schrijft Rabbi Moshe Isserles⁴ dat de mening van Rabbi Jacob ben Asher “voor de mensen die bijzonder voorzichtig zijn” sindsdien gangbaar is geworden in Asjkenazische gemeenschappen. In Sefardische (de Oosterse Joden) gemeenschappen volgen mensen echter de mening van Rashi en brengen ze hun mezoeza verticaal aan.

¹Jacob Ben Asher ook bekend als Ba’al Hatoerim genoemd naar zijn beroemde werk, de Arba’ah Turim, was een Joodse  rechtsgeleerde en bijbelcommentor in het Spanje van de 13e en vroege 14e eeuw. Ben Asher is vooral bekend vanwege het schrijven van de Arba’ah Toerim, een vierdelige code van de Joodse wet die de standaard juridische code was voor zowel Sefardische (Oosterse) als Asjkenazische (Westerse) joden.

Hedendaagse studie

²Rabbijn Shlomo Jitzchaki 22 februari 1040 – 13 juli 1105), algemeen bekend onder het acroniem Rashi was een middeleeuwse Franse rabbijn en auteur van een uitgebreid commentaar op de Talmoed en commentaar op de Hebreeuwse Bijbel (de Tenach). Geprezen om zijn vermogen om de basis betekenis van de tekst op een beknopte en heldere manier weer te geven. Zijn werken zijn een middelpunt van hedendaagse Joodse studie.

kruisvaarders

³Rabbijn Jacob ben Meir Tam: (ook bekend als Rabbenu Tam). Prominente verklaarder van Franse afkomst; geboren in Ramerupt, aan de Seine, in 1100; stierf op 9 juni 1171 in Troye. Zijn moeder, Jochebed, was een dochter van Rashi. Rabbenu Tam kreeg zijn opleiding van zijn vader, van Joseph Ṭob ‘Elem (Bonfils) II. En ook van zijn oudste broer, Samuel ben Meïr (RaSHBaM). Na de dood van zijn vader was hij het hoofd van een Talmoed Academie in Ramerupt. Op 8 mei 1147, op de tweede dag van het Wekenfeest, braken Franse kruisvaarders zijn huis binnen. Ze beroofden hem van alles behalve zijn boeken, sleepten hem het veld in. Ook beledigden hem vanwege zijn religie en besloten hem te doden.

Ze brachten vijf wonden aan zijn hoofd toe om. Dit om wraak te nemen op de meest vooraanstaande man in Israël voor de vijf slagen die de Joden Jezus hadden toegebracht. Op dat moment kwam er toevallig een prins van hoge rang langs. Jacob riep hem om bescherming en beloofde hem een ​​paard ter waarde van vijf mark. Daarop verzocht de prins de kruisvaarders om de rabbijn onder zijn hoede te nemen.

Polen

⁴Rabbi Moses Isserles  bekend onder de afkorting Remo (of Rema). Geboren in Krakau, Polen in het jaar 5280 (1520), en stierf op 52-jarige leeftijd. Rabbijn Moses Isserles is de auteur van vele belangrijke werken over de Joodse wet en filosofie.

Gerelateerde berichten

Reageer