Behandeling van dieren binnen het Jodendom (deel 4/5)

dieren

Het is verboden om een levend wezen (dus ook dieren) pijn te doen – Tsa’ar Ba’alee chaim. Dit staat verschillende keren in de Thora (Bijbel) aangegeven.

כִּי תִרְאֶה חֲמוֹר שֹׂנַאֲךָ רֹבֵץ תַּחַת מַשָּׂאוֹ וְחָדַלְתָּ מֵעֲזֹב לוֹ, עָזֹב תַּעֲזֹב עִמּוֹ  

Wanneer je de ezel van iemand die je haat onder zijn last ziet bezwijken, dan moet je je ervan weerhouden het aan hem over te laten; afladen, samen met hem! Sjemot (Exodus) 23:5

De rechtvaardige beschermt het leven van zijn beest. (Spreuken 12:10)

Hieruit leert men dat dieren deel uitmaken van G’ds schepping en met medelijden moeten worden behandeld. 

Zijn tedere barmhartigheid is over al zijn schepselen

Psalm 145: 9

Dieren welzijn

Het welzijn van het dier is belangrijker dan de relatie van mens tot mens. Als je het dier van degene die je haat ziet bezwijken dan ben je verplicht het dier te helpen. 

De Talmoed geeft de Joden de opdracht om ervoor te zorgen dat je dieren geen pijn doet

Het jodendom leert dat het acceptabel is om dieren schade toe te brengen of te doden als dat de enige manier is om in een essentiële menselijke behoefte te voorzien.

Dit komt omdat mensen voorrang hebben op dieren, iets dat al heel vroeg in de Bijbel staat, waar G’d mensen het recht geeft om alle dieren te controleren.

Daarom mogen mensen de dieren voor voedsel en kleding gebruiken – en aan perkament voorzien waarop de Thora geschreven wordt.

Noach

En G’d zegende Noach en zijn zonen en zei tot hen: “wees vruchtbaar en vermenigvuldig je en vul de aarde”. Alle dieren van de aarde, alles wat langs de hemel vliegt, alles wat zich over de aarde beweegt en alle vissen van de zee zullen vreselijk bang voor jullie zijn. Ze worden jullie in handen gegeven. Al wat zich beweegt en levend is mogen jullie als voedsel gebruiken evenals het kruid van de grond Ik geef jullie alles. Bereeshiet (Genesis) 9: 1-3

Hier laat G’d weten dat Hij aan de mens de heerschappij heeft gegeven over alle levende dingen. Heerschappij wordt geïnterpreteerd als rentmeesterschap – levende wezens moeten de mens dienen, maar de mens moet verantwoordelijk handelen, juist omdat ze deze macht hebben. De mens is verplicht om goed voor alle dieren zorgen.

De Thora geeft verschillende instructies over dierenwelzijn:

  • Een persoon moet zijn dieren eten geven voordat hijzelf eet (Devariem – Deuteronomium 11:15)
  • Dieren moeten op de sjabbat rusten (Sjemot – Ex. 20:10 en Dewarim – Deut 5: 14)
  • Het lijden van een dier ben je verplicht te verlichten (Dewariem – Deuteronomium 12: 4)

Wat absoluut verboden is:

  • Een ledemaat van een levend dier nemen en opeten (Bereesjiet – Genesis 9: 4)
  • Zowel een koe als haar kalf op dezelfde dag doden (Vajikra – Leviticus 22:28)
  • Het muilkorven van een dier dat op een veld werkt (Dewarim – Deuteronomium 25: 4)
  • Een os en een ezel voorspannen, omdat zij verschillende krachten hebben (dit geld voor alle soorten dieren) (Dewarim – Deuteronomium 22:10)
  • Jacht is verboden
  • Jagen voor sport is verboden evenals het organiseren van vechtpartijen van dieren voor vertier of sport.
  • Experimenten op dieren

Joodse leer staat dierproeven toe zolang aan beide voorwaarden is voldaan:

  • Er is een hele grote kans dat het een goed resultaat heeft voor de mens
  • Er is geen onnodige pijn bij is betrokken

Lees ook deel 1deel 2deel 3, deel 4 en deel 5 van deze serie.

Gerelateerde berichten

Reageer