Milieu en Jodendom (deel 1/5)

milieu

Klimaatverandering is veel angstaanjagender dan de meeste mensen beseffen, stelt schrijver David Wallace-Wells. Zijn boodschap: er wacht ons een totale ineenstorting. Het klimaat verandert. Extreem weer komt vaker voor. De zeespiegel stijgt. Milieu organisaties luiden de noodklok. Een veranderend klimaat heeft invloed op onze veiligheid. 

Milieu en koningshuis

Op Eerste Kerstdag 1988 hield Koningin Beatrix haar traditionele kerstrede. Ze zei: „Onze wereld lijdt onder vervuiling en vergiftiging van lucht, bodem en water. Langzaam sterft de aarde.”

“Het antwoord is ‘de gouden middenweg’.”

Met die historische uitspraak zette het staatshoofd een ferm en dramatisch uitroepteken achter het proces dat zich in de jaren tachtig had voltrokken namelijk: Nederland was zich bewust geworden van het milieu.

Wat zegt het Jodendom?

En is er iets dat wij kunnen  doen? Wordt het milieu genoemd in de Thora (Bijbel)? Volgens het Jodendom is alles wat geschapen is in de wereld voor de mens geschapen.  De Ramchal (Rabbijn Moshe Chaim Luzatto, 1707-1746) schreef dat de mens het ultieme doel is van de schepping. Wat moet dan onze houding zijn ten opzichte van de dieren en hoe moeten wij de milieu ethiek bekijken? Moeten we zeggen dat we allemaal mede schepsels zijn op planeet aarde en wij verplicht zijn de bedreigde diersoorten en de Braziliaanse regenwouden te redden? Of is het tegenovergestelde waar? De dieren bestaan voor mij om gebruik van te maken – hetzij door huisdieren te hebben, eten, jagen of wat ik ook zou willen. Twee uitersten: Is de wereld voor de mens geschapen of is de mens verplicht de wereld in stand te houden? Het antwoord is ‘de gouden middenweg’. Ja, de hele schepping is voor de mens om te gebruiken. Dit creëert zowel een recht als een grote plicht. Want de mens heeft ook de plicht om de wereld in stand te houden zoals we uit het volgende verhaal lezen uit de Talmoed (Ta’aniet 23a) over een Joodse wijze genaamd Choni Hama’agel:

Johannesbroodboom

Op een dag reisde Choni Hama’agel over een weg en zag een man een Johannesbroodboom planten. Hij vroeg: “Hoe lang duurt het (voor deze boom) om vrucht te dragen?” De man antwoordde: “Zeventig jaar.” Hij vroeg hem toen: “Weet je zeker dat je nog 70 jaar zult leven?” De man zei: “Ik vond Johannesbroodbomen in de wereld toen ik werd geboren. Net zoals mijn voorouders deze voor mij plantten, zo plant ik deze voor mijn kinderen.” We hebben de plicht in de hulpmiddelen te voorzien die G’d ons gaf, maar we mogen nooit vergeten dat alles in de wereld een middel tot een doel is namelijk om het grotere spirituele potentieel te zien in G’ds schepping.

Dit is een serie van 5 artikelen lees binnenkort het volgende deel op onze website.

Related Posts

Leave a reply