Eigen belang

Indien je iemand uit mijn volk, de arme die bij je is, geld leent, wees dan niet een harde schuldeiser voor hem, leg hem geen rente op. Wanneer je een kledingstuk van je naaste in onderpand neemt, dan moet je het hem voor zonsondergang teruggeven, want het is zijn enige bedekking, dit is voor hem het kleed voor zijn blote lijf’ – waarin zal hij zich anders te slapen leggen? Als hij  dan tot Mij zal huilen dan zal Ik hem verhoren, want genadig ben Ik. 

Sjemot (Exodus) 22:24-25-26

De Tora gebiedt ons om geld te lenen aan onze mede-Joden. Als de lener niet terugbetaalt, kan de geldgever de rechtbank vragen om een ​​artikel als onderpand te krijgen. De kredietgever moet het onderpand teruggeven aan de lener op het moment dat hij het nodig heeft. Als de geldschieter het niet teruggeeft,  wordt hij gestraft omdat G’d luistert naar het huilen van de lener.

De schuldeiser moet toch een onderpand hebben?  Hij moet  zeker zijn dat hij zijn geld terugkrijgt. Wat is dan verkeerd om het onderpand niet aan de lener terug te geven wanneer hij het nodig heeft?

G’d geeft een persoon meer dan wat hij nodig heeft om te overleven, de rest is bedoeld om  te helpen en aan anderen te geven. Een persoon moet naar het extra geld kijken dat hij heeft als een voorschot van G’d om de armen te helpen. Daarom is de kredietgever in zekere zin verplicht zijn extra geld uit te lenen en verdient het geen onderpand.

De Thora heeft hem echter het recht gegeven om onderpand te nemen, zodat hij zijn geld aan anderen kan blijven uitlenen. Maar toch, wanneer de lener de jas nodig heeft, moet de kredietverlener hem  zijn jas teruggeven – uit de wetenschap dat niets, zelfs zijn eigen bezit van de kredietverlener, echt van hem is. (Sforno)

 

De Talmoed Baba Batra 10a, vertelt dat Turnus Rufus, de Romeinse gouverneur van Judea, Rabbi Akiva vroeg: “Als uw G’d de armen liefheeft, waarom steunt Hij hen dan niet?”

Rabbi Akiva antwoordde: “Zodat we gered kunnen worden van de straf van de hel door onze medemens lief te hebben.”

G’d geeft me extra, zodat ik kan mijn voordeel zal hebben als ik anderen help.

Met deze gedachten, als iemand komt en vraagt ​​om iets te lenen, verzin  dan geen excuus, probeer het uit te lenen en te zeggen “Dank je, dat je me de mogelijkheid  hebt gegeven!”

 

Related Posts

Leave a reply