Onze prioriteiten op een rij

De onpopulaire Tsaddiek

Rabbi Pinchas van Koretz was een grote tsaddiek in zijn generatie. Eerst was zijn grootheid onbekend onder zijn tijdgenoten, maar dat vond hij prima en het beviel hem heel goed.

Hij bracht zijn dagen en de meeste van zijn nachten door met de Thora-studie, gebed en meditatie. Het kwam niet veel voor dat hij werd onderbroken.  Maar mensen begonnen te zien dat hij een bijzonder mens was, misschien via de collega leerlingen van de Baal

Graf van Rabbi Pinchas van Koritz

Shem Tov.

Mensen begonnen hem regelmatig te bezoeken op zoek naar zijn advies, leiding en zegeningen. Hoe meer hij de mensen hielp, des te meer er kwamen. Uiteindelijk stroomde men naar hem toe met de vragen om advies.

Reb Pinchas was verbijsterd. Hij voelde dat hij G’d niet  goed kon dienen, omdat hij niet meer voldoende tijd had om te studeren, te bidden en te mediteren zoals hij zou moeten. Hij wist niet wat hij moest doen. Hij had meer privacy nodig, maar hoe kon hij zich afkeren van tientallen en zelfs honderden mensen die het gevoel hadden dat hij hen kon helpen. Hoe kon hij hen overtuigen om de hulp elders te zoeken bij anderen die meer bereid en gekwalificeerd waren dan hij?

Hij had een idee. Hij zou bidden voor hemelse hulp. Laat G’d het regelen dat mensen mij niet meer zullen lastig vallen! Laat G’d mij verachtelijk maken in de ogen van zijn medemensen!

„Een Tsaddiek beslist en de Hemel stemt toe,” zeggen ze. Reb Pinchas bad en zo gebeurde het. Mensen bezochten hem niet langer. Niet alleen dat, op die momenten dat hij naar de stad ging werd hij niet meer gegroet en hijwerd genegeerd. Het kon Reb Pinchas niets schelen. Hij was blij want nu had hij alle tijd voor zijn studie, gebed en meditatie. Hij werd zelden gestoord.

Niemand kwam naar hem om zijn leiding te zoeken.

Toen gingen de ontzagwekkende dagen voorbij (Rosj Hasjana en Jom Kippoer) en er waren maar vier korte drukke dagen voor de voorbereidingen van het Soekotfeest.

Elk jaar waren er wel een paar jesjiewa studenten of  inwoners die maar al te graag bereid waren de vrome rabbijn te helpen met het bouwen van de soeka, maar deze keer kwam niemand.

De rabbijn was niet zo handig in dit soort dingen en wist hij niet wat hij moest doen. Uiteindelijk had hij geen keus en moest een niet-Jood in te huren om zijn soeka te bouwen. Maar de niet-Jood beschikte niet over het gereedschap dat nodig was.  Reb Pinchas kon geen enkele Jood in de buurt ertoe krijgen om hem het gereedschap te lenen, omdat ze zo een hekel aan hem hadden. Tenslotte stuurde hij zijn vrouw erop uit om het gereedschap te lenen en zelfs dat was moeilijk. Met nog maar een paar uur tot het begin van het feest, slaagden ze er eindelijk in om een minimale soeka in elkaar te zetten.

Toen de zon achter de bomen van het bos verdween en de Rebbetsin de Jom Tov kaarsen aanstak, ging Reb Pinchas naar sjoel [de synagoge]. Hij zorgde ervoor altijd op de feesten aanwezig te zijn om de gebeden samen met de gemeenschap te zeggen.

Bovendien wilde hij in de gelegenheid om gasten uit te nodigen. In die dagen was het in Europa de gewoonte dat mensen die een uitnodiging wilden hebben voor een maaltijd achterin sjoel stonden. De gezinshoofden nodigden hen dan uit als zij de sjoel verlieten, blij dat ze zo makkelijk de mitswa van gastvrijheid konden uitvoeren. Voor reb Pinchas was het niet zo makkelijk. Zelfs diegenen die geen plaats hadden gevonden om in een soeka te eten sloegen zijn uitnodiging af.

Uiteindelijk was iedereen die een gast wilde uitnodigen tevreden gesteld, behalve de tsaddiek, Rabbi Pinchas. Hij sjokte alleen naar huis, bedroefd en een beetje geschrokken van het besef niemand bij hem als gast wilde zijn.

Helaas, dat was een deel van de prijs van zijn vrijheid …. Het was het waard, nietwaar?

Terwijl hij in zijn soeka stond, begon hij de traditionele uitnodiging te zingen voor de Oesjpizien, de „zeven hemelse gasten” die een bezoek brengen aan elke Soeka. De meeste mensen hebben niet het voorrecht om daadwerkelijk deze verheven bezoekers te zien, maar reb  Pinchas was een van de weinigen die deze verheven ervaring elk jaar had. Dit jaar, hief hij zijn ogen op en zag Aartsvader Avraham, de eerste van de Oesjpizien en dus de geëerde gast voor de eerste avond. Aartsvader Avraham bleef buiten de soeka staan op  een veilige afstand.

Reb Pinchas riep hem angstig toe: „Vader Avraham! Waarom komt u mijn Soeka niet binnen? Wat is mijn zonde!?”

De Aartsvader antwoordde: „Ik vertegenwoordig chessed, ik dien G’d door middel van liefdadigheid. Gastvrijheid was mijn specialiteit. Ik kom niet aan een feesttafel zitten waar er geen gasten zijn.”

De teneergeslagen R. Pinchas begon na te denken over zijn prioriteiten.

Hij bad dat hij opnieuw genade zou vinden in de ogen van zijn mede-Joden precies zoals voorheen. Opnieuw werd zijn gebed verhoord.

Binnen korte tijd vonden vonden de

mensen weer hun weg naar zijn deur, op zoek naar leiding, zijn  gebeden en zijn zegen.

Nu kon hij  niet het grootste deel van zijn tijd aan zijn Thora-studie en meditatie besteden. Maar dankzij zijn heilige Soekot gast was dit geen probleem.

www.chabad.org

Related Posts

1 comment

Moraal van het verhaal:
Je bent misschien diverse keren door de Torah heen gegaan, maar is de Torah ook door jou heen gegaan?
Een vraag die nog steeds uiterst relevant is en middels het verhaal van Reb Pinchas wordt onderstreept, lijkt me.

Leave a reply