Een beloning voor honden en ezels – een les voor mensen

In de parasja (afdeling) die deze week in de Thora wordt gelezen, Bo (Shemot/Exodus 10:1 – 13:16), vinden wij twee gevallen waarbij dieren worden beloond voor hun goede daden.

Tijdens de tiende plaag, de dood van de eerstgeborenen van de Egyptenaren. hebben de honden niet geblaft om de Egyptenaren te waarschuwen dat het Joodse volk ging vertrekken (zie 11:7). Hiervoor zijn de honden beloond, omdat het Joodse volk is opgedragen dat het verboden is om een hond eten te geven van een dier dat gescheurd is (treife).

Vervolgens zijn het de ezels aan wie het Joodse volk dankbaar is. Namelijk de eerstgeboren ezel is heilig. Net zoals de eerstgeboren van een mens heilig en zo ook de eerstgeboren van alle koosjere dieren. Een ezel is echter geen koosjer dier dus waarom is dan de eerstgeboren van een ezel heilig? (13:13). Omdat toen het Joodse volk Egypte verliet, zij veel goud en andere kostbaarheden bij zich hadden. De ezels hebben die vracht gedragen en hiervoor is het Joodse volk dankbaar.

Waarom hebben ezels een deel in de heiligheid en honden niet? Het volk is hen tenslotte beiden dankbaar voor hun goede daad. Het antwoord is dat de ezels de eigendommen van het Joodse volk hebben gedragen, terwijl de honden niet geblaft hebben. De inspanning voor de ezels was vele malen groter.

Wij leren hieruit dat het belangrijker is om een ander te helpen met slepen en dragen van alles wat hij nodig heeft. Dan alleen maar te praten en advies te geven.

Rabbijn Chayim Sonnenfeld

Gerelateerde berichten

Reageer