hulp aan daklozen

Hulp aan daklozen, armen en de kinderen.

Deel op …FacebookTwitterLinkedinMet enige ‘vreugde’ vertelde het Ministerie van Sociale zaken ons op 30 december jl. in de Israëlische media dat er momenteel iets minder dan een miljoen kinderen onder de armoede grens leven. Dus als dat de kinderen zijn doe er dan minstens nog een half miljoen mensen bij, de ouders, die hun kinderen niet kunnen onderhouden. Met ‘enige vreugde’ omdat het aantal van arme kinderen is afgenomen, werd gezegd. Maar hoe zit dat dan met de hulp aan daklozen? Ja? Is dat zo? Niet dus. Vorig jaar en het jaar daarvoor waren de aantallen hetzelfde. De getalen van

nodig ons uit!

Nodig ons uit

Deel op …FacebookTwitterLinkedinWilt u, uw familie en vrienden meer weten over Israël en het Jodendom? Dan kunt u Lea Farkash uitnodigen voor een huisbijeenkomst of bij andere gelegenheden en zij komt dan graag vertellen over de onderwerpen die u interesseren over Israël en het Jodendom. Gebruik het formulier onderaan deze pagina om ons uit te nodigen. Lea Farkash, in Suriname geboren vervolgens in Nederland opgegroeid. Vervolgens is zij veertig jaar geleden naar Israël gegaan om daar te studeren en is daar gebleven. Ze woont in Jeruzalem en geeft lezingen aan toeristen over Israël en Jodendom en lezingen aan leerlingen van

Jad Ezra’s tandartsklinieken (deel 1)

Deel op …FacebookTwitterLinkedin1980, de staat Israël bestond 32 jaar. Wat een wonder dat na tweeduizend jaar opnieuw een Joodse staat was opgericht. Vanaf de oprichting van de staat heeft Israël zich moeten verdedigen tegen de vijanden die niets anders wilden dan alle Joden in de zee te gooien. Tot 1980 werd Israël al gedwongen vijf oorlogen te voeren. Toch is het land tot ontwikkeling gekomen ondanks de grote moeilijkheden die deze oorlogen met zich mee brachten. Tijdens en na oorlogen stagneerde de economie. Voor armoedebestrijding heeft de staat weinig middelen beschikbaar want er wordt je altijd verteld dat je ermee

Voedselhulp

Deel op …FacebookTwitterLinkedinJad Ezra biedt op veel manieren voedselhulp aan armen en mentaal zieken in Israël. Soepkeuken Jad Ezra serveert twee maaltijden per dag in de soepkeuken. Deze is bedoeld voor degenen die wel in staat zijn hun huis uit te gaan, maar niet goed genoeg functioneren om hun eigen eten te bereiden. Voedselpakketten Wekelijks worden er 2500 voedselpakketten bij arme families afgeleverd. Deze pakketten zien er precies hetzelfde uit als een bestelling die door een supermarkt wordt afgeleverd. Dit gebeurt helemaal anoniem om de families die de pakketten ontvangen niet in verlegenheid te brengen. De keuken van Jad Ezra

Gastenverblijf in Miron

Deel op …FacebookTwitterLinkedinIn Miron bij het graf van de beroemde rabbijn Shim’on Bar Yochai, heeft Jad Ezra een gastenverblijf met bed en ontbijt. Op de dag van Lag B’omer deelt Jad Ezra koek en drank uit aan de 450.000 bezoekers bij het graf van rabbijn Shim’on Bar Jochai. Bekijk hieronder een (beetje oud) filmpje met een impressie van het werk van Jad Ezra in Miron.

Eigen belang

Indien je iemand uit mijn volk, de arme die bij je is, geld leent, wees dan niet een harde schuldeiser voor hem, leg hem geen rente op. Wanneer je een kledingstuk van je naaste in onderpand neemt, dan moet je het hem voor zonsondergang teruggeven, want het is zijn enige bedekking, dit is voor hem het kleed voor zijn blote lijf’ – waarin zal hij zich anders te slapen leggen? Als hij  dan tot Mij zal huilen dan zal Ik hem verhoren, want genadig ben Ik. 

Sjemot (Exodus) 22:24-25-26

De Tora gebiedt ons om geld te lenen aan onze mede-Joden. Als de lener niet terugbetaalt, kan de geldgever de rechtbank vragen om een ​​artikel als onderpand te krijgen. De kredietgever moet het onderpand teruggeven aan de lener op het moment dat hij het nodig heeft. Als de geldschieter het niet teruggeeft,  wordt hij gestraft omdat G’d luistert naar het huilen van de lener.

De schuldeiser moet toch een onderpand hebben?  Hij moet  zeker zijn dat hij zijn geld terugkrijgt. Wat is dan verkeerd om het onderpand niet aan de lener terug te geven wanneer hij het nodig heeft?

G’d geeft een persoon meer dan wat hij nodig heeft om te overleven, de rest is bedoeld om  te helpen en aan anderen te geven. Een persoon moet naar het extra geld kijken dat hij heeft als een voorschot van G’d om de armen te helpen. Daarom is de kredietgever in zekere zin verplicht zijn extra geld uit te lenen en verdient het geen onderpand.

De Thora heeft hem echter het recht gegeven om onderpand te nemen, zodat hij zijn geld aan anderen kan blijven uitlenen. Maar toch, wanneer de lener de jas nodig heeft, moet de kredietverlener hem  zijn jas teruggeven – uit de wetenschap dat niets, zelfs zijn eigen bezit van de kredietverlener, echt van hem is. (Sforno)

 

De Talmoed Baba Batra 10a, vertelt dat Turnus Rufus, de Romeinse gouverneur van Judea, Rabbi Akiva vroeg: “Als uw G’d de armen liefheeft, waarom steunt Hij hen dan niet?”

Rabbi Akiva antwoordde: “Zodat we gered kunnen worden van de straf van de hel door onze medemens lief te hebben.”

G’d geeft me extra, zodat ik kan mijn voordeel zal hebben als ik anderen help.

Met deze gedachten, als iemand komt en vraagt ​​om iets te lenen, verzin  dan geen excuus, probeer het uit te lenen en te zeggen “Dank je, dat je me de mogelijkheid  hebt gegeven!”

 

Over de schrijver

Reply