Het protest van Rabbi Me’ir tijdens de kruistochten – Akdamut (Shawoe’ot)

Een stukje geschiedenis:

Akdamut is een “pijoet”, een religieus gedicht, dat werd gecomponeerd in de periode van de Eerste Kruistocht, 1096. Christelijk Europa ging het Heilige Land veroveren van de ‘Moslim ongelovigen’. Op hun weg naar het Midden-Oosten hebben de christelijke ridders de joodse gemeenschappen  die op hun route waren uitgemoord. Het was een tijd van onderdrukking, van wreedheid ten opzichte van de Joden. Tijdens de kruistochten zijn honderdduizenden Joden mishandeld, verkracht en vermoord.

Zoals al zo vaak in de geschiedenis proberen  christenen hun religie op te leggen aan hun joodse buren, vaak onder  bedreiging van de dood.

Soms werden nep “debatten” gehouden, waarin joodse rabbijnen gedwongen werden deel te nemen, wetende dat de jury’s, bestaande uit kerkambtenaren tegen hen werden gemanipuleerd. Niets  dat zij zeiden had enig effect op de luisteraars, of op hun eigen lot. De auteur van Akdamut was de gedwongen deelnemer aan zo een ‘debat’.

De Akdamut, gecomponeerd in die tijd door Rabbi Meir, zoon van Rabbi Yitzchak, die de “Chazan” was van de stad Worms in Duitsland. De positie “Chazan” is niet direct te vertalen naar “Voorganger”, wat de huidige betekenis is, want in die tijd stond het voor grote Talmoedische geleerdheid. Deze Chazan stond bekend als een van de leraren van de grote Thora- en Talmoed verklaarder, RASHI.

De vrouw en zoon van rabbijn Me’ir ben Yitzchak zijn beiden vermoord door de kruisvaarders.

Het gedicht beschrijft de woorden van de auteur terwijl hij de waarheden van het jodendom ‘besprak’ met een vijandig publiek. De woorden zijn in de Aramese taal geschreven. Deze taal werd niet begrepen door de christelijke wereld en censuur.

De auteur, die kort na het ‘debat’ stierf, liet een onschatbare nalatenschap achter voor het Joodse volk.

Wat staat er in de Akdamut?

Akdamut is geschreven als een verhaal dat door tijd en ruimte raast, zowel natuurlijk als metafysisch. Het verhaal van Rabbi Meir begint vóór de schepping en maakt hij meerdere scènewisselingen: van G’ds troon en zijn hemels hof tot Israël, de volkeren en tenslotte het einde der dagen.

De verhalende wijze van het gedicht is een symbolische confrontatie tussen de niet-Joodse volkeren en Israël. Hier verwijst de dichter, onmiskenbaar, naar de sociale en theologische druk waarmee de Joden in Duitsland in de elfde eeuw geconfronteerd werden.

Deze Akdamut worden in de Asjkenazische synagogen gelezen voorafgaand aan het Thora lezen tijdens Shawoe’ot (Wekenfeest).

 

Over de schrijver

Reply