Het vloeken van een ander staat bijna gelijk aan zelfmoord

 

Koning Salomo zei: וְהָאֱלֹהִים, יְבַקֵּשׁ אֶת-נִרְדָּף G’d zoekt de achtervolgden (Kohelet Prediker 3:15). Met andere woorden, zodra een persoon een ander opjaagt, dan neemt Hashem onmiddellijk de kant van de degene die wordt opgejaagd.

Deze wet is zelfs van toepassing als de achtervolger  een rechtvaardig mens is en de opgejaagde een slecht mens is.

De schade van een vloek komt meestal terug als een boemerang op het hoofd van degene die vloekt. Een vloek wordt daardoor een vloek omdat de vloek  terugkomt net zoals een boemerang.

De reden hiervoor is vanuit het joods perspectief:

Het gesproken woord – is als een zwaard – het heeft de macht om de hemelen of het hart van een ander te doordringen.

Dus, wanneer een vloek op een ander persoon gericht is, dan wordt het persoonlijk dossier van de dader in de hemel in alle detail onderzocht.

Bijna altijd bevat het dossier van de aanvaller (degene die vloekt) een groot aantal overtredingen die nog niet zijn opgelost. Als dat zo is dan had de dader geen recht om mondeling een aanval op zijn slachtoffer te openen en daarom zal hij streng gestraft worden.

Had de aanvaller niets gezegd dan zouden zijn zonden op de volgende Jom Kipoer worden vergeven.

Maar zodra zijn dossier wordt geopend, Midas Hadin (Hemelse Rechvaardigheid), gaat dan in beweging met snelle uitspraken betreffende degene die de vloek heeft uitgesproken.

Bron: http://lazerbrody.typepad.com/lazer_beams/concepts_in_judaism_/index.html

Over de schrijver

Reply