Een beetje geduld!

Een Taxi chauffeur uit New York heeft het volgende geschreven:

Ik kwam op het adres en toeterde. Na een paar minuten wachten toeterde ik opnieuw. Dit zou mijn laatste rit zijn van mijn dienst dus dacht ik dat als ik nog langer moest wachten ik gewoon weg zou rijden, maar in plaats daarvan heb ik de auto geparkeerd, stapte uit en klopte op de deur .. ‘Wacht even’, antwoordde een zwakke, oude stem. Ik hoorde dat iets wordt over de grond werd gesleept.

Na een tijdje wachten, ging de deur open. Een kleine vrouw in de 90 stond voor mij. Ze droeg een jurk en een hoed met een sluier, ze leek op iemand uit oude Hollywood film.
Zij hield een klein koffertje vast. Haar appartement zag eruit alsof er al jaren niemand woonde. Al het meubilair was met lakens bedekt.
Er waren geen klokken en schilderijen op de muren, geen plantjes in het raamkozijn. In de hoek stond een kartonnen doos gevuld met foto’s en glaswerk.

´Kan je mijn tas naar de auto dragen?’ Vroeg ze. Ik zette haar koffer in de auto, keerde terug om de vrouw te helpen. Ze nam mijn arm en we liepen langzaam naar de auto. Ze bleef mij bedanken me voor mijn vriendelijkheid. ´Graag gedaan´, zei ik tegen haar .. ‘Ik probeer mijn passagiers te behandelen op de manier waarop ik zou willen dat mijn moeder zou worden behandeld. “

‘Oh, je bent een goede jongen´, zei ze. Toen we in de taxi zaten gaf ze me een adres en vroeg: ´Kan je via het cenrum rijden?´
‘Dat is niet de kortste weg,’ antwoordde ik snel ..
‘Oh, dat is helemaal niet erg,’ zei ze. ‘Ik heb geen haast. Ik ben op weg naar de hospice´.
Ik keek in de achteruitkijkspiegel. Haar ogen glommen. ‘Ik heb geen familie meer,’ vervolgde ze met een zachte stem .. ‘De dokter zegt dat ik niet erg lang meer te leven heb.’

Ik boog rustig voorover en uitschakelde de meter uit.

‘Welke route wil je dat ik neem?’ Vroeg ik.
Twee uur lang reden we door de stad. Ze liet me het gebouw zien waar ze ooit werkte als lift operator.
We reden door de wijk waar zij en haar man hadden gewoond toen ze pas getrouwd waren. We reden langs een meubel magazijn dat ooit een balzaal waar ze als meisje op dansles was.
Af en toe vroeg zij mij wat langzamer te rijden en even te stoppen voor een bepaald gebouw of op een hoek van een straat en dan droomde ze even weg, zonder iets te zeggen.

Plotseling zei ze: ‘Ik ben moe. Laten we nu gaan ‘.

We reden in stilte naar het adres dat ze me had gegeven. Het was een laag gebouw, een hospice.
Twee verplegers kwam naar buiten zodra we daar aankwamen. Ze waren bezorgd, ze keken naar elke beweging van haar. Zij wachtten blijkbaar op haar komst. Ik opende de kofferbak en nam de kleine koffer naar de deur. De vrouw zat al in een rolstoel.

‘Hoeveel krijg je van me?’ Vroeg ze.
‘Niets,’ zei ik.
´Het is je werk, ik moet je betalen,’ antwoordde ze.
‘Er zijn andere passagiers,’ antwoordde ik.

Bijna zonder na te denken, bukte ik en gaf haar en omhelsde haar. Ze hield mij stevig vast.
‘Je hebt een oude vrouw een klein moment van vreugde gegeven,’ zei ze. ‘Dank je wel.’
Ik kneep zachtjes in haar hand en liep terug naar de auto. Achter mij, ging een deur dicht. Het was het geluid van de afsluiting van een leven ..

Die dag heb ik verder niet meer gewerkt. Ik reed doelloos rond en was in gedachten verzonken. Wat als deze vrouw een ongeduldige taxi chauffeur had getroffen of een boze chauffeur, of iemand die haast had om naar huis te gaan? Wat als ik geen geduld had om te wachten totdat de oude vrouw eindelijk naar buiten kwam?

Ik denk dat ik iets heel belangrijks heb gedaan. Wij zijn geconditioneerd te denken dat ons leven om belangrijke en grote gebeurtenissen draait. Maar deze grote en mooie momenten komen onverwacht in situaties waarvan wij denken dat het niets bijzonders is.

Over de schrijver

Reply