Voetbal, Ajax en de Joden

Spelers en supporters van Ajax werden in het verleden al aangesproken als ‘Joden’. Supporters hebben dit als geuzennaam overgenomen. De herkomst van deze naam is onderwerp van discussie omdat Ajax van oorsprong geen Joodse voetbalclub is.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren Wilhelmina Vooruit en Hortus Eendracht Doet Winnen (tegenwoordig gefuseerd onder de naam WV-HEDW) dé Joodse clubs van Amsterdam. Al voor de oorlog speelden er Joodse voetballers bij Ajax, alleen niet significant méér dan bij de andere Amsterdamse clubs.

De aanhang was echter wel van meer Joodse afkomst en zo hing er in de jaren dertig van de vorig eeuw al een Joods imago rond de club. Aanhangers van bezoekende teams zagen dat er veel Joodse supporters aanwezig waren.[28] Het bestuur van Ajax en het CIDI hebben zich altijd verzet tegen het gekoketteer met het jodendom.[29]

Verder heeft Ajax verschillende bekende Joodse spelers en verenigingsmensen gehad. In het eerste elftal hebben in de loop der jaren niet meer dan een handvol spelers van Joodse komaf gespeeld. Voor de oorlog waren dat Johnny Roeg en de in Auschwitz omgekomen Eddy Hamel. In de jaren zestig speelden Bennie Muller en mister Ajax Sjaak Swart als Joodse spelers voor de club. De laatste Joodse speler bij Ajax was Daniël de Ridder. Buiten het veld waren er verzorger Salo Muller en bestuurders Jaap van Praag en Michael van Praag. Anno 2009 is de Joodse Uri Coronel voorzitter van de club. Verder werden er in de beginjaren feesten georganiseerd in Joodse ontmoetingsplaatsen als het Tuschinski Theater en café de Ysbreeker. Buiten Nederland hanteert ook het Londense Tottenham Hotspur de geuzennaam ‘Joden’.

Volgens Amsterdammers is de bijnaam afkomstig van de vele supporters die vroeger per fiets naar de wedstrijden reden. Daarbij passeerden zij de Nieuwmarkt/Waterloopleinbuurt (de Jodenhoek) en de Transvaalbuurt waar ook veel Joodse mensen woonden. Men gebruikte dan vaak de uitdrukking Wij gaan naar de Joden.

In 1941 verboden de Duitsers Joden om lid te zijn van een gemengde sportvereniging. Dit goldt ook voor Ajax. Alhoewel de club al voor de oorlog de naam van een Joodse club had, sloeg deze betiteling vooral op de bezoekers, die veelal afkomstig waren uit de (niet zelden Joodse) middenstand in Amsterdam. Het aantal Joodse spelers was in werkelijkheid nooit veel groter dan bij andere Amsterdamse clubs. Op een gegeven moment was het niet meer verantwoord door te spelen. In de hongerwinter van 1944 kwamen duizenden mensen om en werd het voetbal gestaakt.

De geuzennaam wordt soms negatief gebruikt door supporters van rivaliserende clubs. Een enkele keer ook door tegenstanders zoals in maart 2011 na de wedstrijd tussen ADO Den Haag (zie mijn blog) en Ajax. Na afloop van de door ADO gewonnen wedstrijd gingen de spelers Lex Immers en Charlton Vicento en de trainers John van den Brom en Maurice Steijn te ver mee in de enthousiasme van de supporters.
Volgens verschillende bronnen was vooral Immers de aanstichter door de geuzennaam op een negatieve manier te gebruiken. Zo werd “we gaan op jodenjacht” naar voren gebracht. Alle betrokkenen hebben na afloop hun excuses aangeboden, maar werden alsnog door de eigen club en de KNVB gestrafd.

Bron: Wikipedia en de Ajax website.

Trefwoorden:

Over de schrijver

Reply